Jaarrekening

4.1 Balans per 31 december 2018

(na resultaatbestemming)        
  Ref. 31‑dec‑18   31‑dec‑17
    € 1.000   € 1.000
ACTIVA        
         
Vaste activa        
Materiële vaste activa 1 58.734   58.035
Financiële vaste activa 2 75   1.075
Totaal vaste activa   58.809   59.110
         
Vlottende activa        
Voorraden 3 42   35
Vorderingen en overlopende activa 4 2.630   2.181
Vorderingen uit hoofde van financieringstekort WLZ 5 749   260
Liquide middelen 6 7.713   8.618
Totaal vlottende activa   11.134   11.094
         
Totaal activa   69.943   70.204
         
         
         
PASSIVA        
         
Eigen vermogen        
Bestemmingsfonds aanvaardbare kosten 7 15.671   13.879
         
Voorzieningen 8 3.205   3.338
         
Langlopende schulden 9 32.458   33.300
         
Kortlopende schulden        
Kortlopende schulden en overlopende passiva 10 18.609   19.687
Totaal kortlopende schulden (ten hoogste 1 jaar)   18.609   19.687
         
Totaal passiva   69.943   70.204

4.2 Resultatenrekening over 2018

  Ref. 2018   2017
    € 1.000   € 1.000
         
BEDRIJFSOPBRENGSTEN        
         
Opbrengsten zorgprestaties en maatschappelijke ondersteuning 11 86.508   84.566
         
Subsidies (exclusief WMO en Jeugdwet) 12 229   199
         
Overige bedrijfsopbrengsten 13 750   963
         
Som der bedrijfsopbrengsten   87.487   85.728
         
         
BEDRIJFSLASTEN        
         
Personeelskosten 14 61.553   59.015
         
Afschrijvingen vaste activa 15 4.798   6.099
         
Overige bedrijfskosten 16 18.384   18.971
         
Som der bedrijfslasten   84.735   84.085
         
BEDRIJFSRESULTAAT   2.752   1.643
         
Financiële baten en lasten 17 960   1.102
         
RESULTAAT BOEKJAAR   1.792   541
         
         
         
Resultaatbestemming        
Bestemmingsfonds reserve aanvaardbare kosten   1.792   541
         
    1.792   541

4.3 Kasstroomoverzicht

  Ref.   2018     2017
      € 1.000     € 1.000
             
             
Bedrijfsresultaat     2.752     1.643
             
Aanpassingen voor:            
- afschrijvingen excl. boekwinst/verlies 15 4.798     6.040  
- mutaties voorzieningen 8 ‑133     ‑2.165  
      4.665     3.875
             
Mutaties in werkkapitaal:            
- voorraden 3 ‑7     39  
- vorderingen 4 ‑449     ‑840  
- vorderingen/schulden u.h.v. financieringstekort resp. overschot WLZ 5 ‑489     ‑104  
- kortlopende schulden (excl. schulden aan kredietinstellingen) 10 1.522     328  
      577     ‑577
             
Kasstroom uit bedrijfsoperaties     7.994     4.941
             
Betaalde rente 17 ‑967     ‑1.127  
Ontvangen rente 17 7     25  
      ‑960     ‑1.102
             
Kasstroom uit operationele activiteiten     7.034     3.839
             
             
Investeringen materiële vaste activa 1 ‑5.497     ‑2.519  
Desinvesteringen materiële vaste activa 1 0     777  
             
Kasstroom uit investeringsactiviteiten     ‑5.497     ‑1.742
             
             
Nieuw opgenomen leningen 9 1.600     0  
Aflossing langlopende schulden 9 ‑4.042     ‑4.042  
Kortlopend bankkrediet 10 0     2.000  
             
Kasstroom uit financieringsactiviteiten     ‑2.442     ‑2.042
             
Mutatie geldmiddelen     ‑905     55
             
             
Recapitulatie            
Saldo liquide middelen per 1 januari     8.618     8.563
Saldo liquide middelen per 31 december     7.713     8.618
             
Mutatie in het boekjaar     ‑905     55

4.4 Grondslagen van waardering en resultaatbepaling

Algemeen

Algemene gegevens

Zorginstelling Vanboeijen is statutair en feitelijk gevestigd te Assen, op het adres Eemland 1. De stichting is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 41186587. De belangrijkste activiteiten zijn het zorg en ondersteuning bieden aan mensen met een verstandelijke handicap.

Verslaggevingsperiode

Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2018, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2018.

Grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de regeling verslaggeving WTZi, de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving RJ 655, titel 9 BW2 en de bepalingen van en krachtens de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen.

Continuïteitsveronderstelling

Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.

Segmentering

In de jaarrekening is geen nadere segmentatie van de resultatenrekening opgemaakt aangezien Vanboeijen alleen in het segment gehandicaptenzorg actief is.

Verbonden partijen

Transacties met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Van deze transacties wordt de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht toegelicht.

Stichting Vrienden van Vanboeijen is conform art 7 lid 6 Regeling verslaglegging WTZi niet geconsolideerd.

Schattingswijziging

Vanboeijen heeft in het boekjaar een nieuw strategisch vastgoedbeheer vastgesteld waarbij de verwachte economische levensduur en eventuele restwaarde van panden zijn herijkt. Dit heeft er toe geleid dat de afschrijvingstermijn van een verbouwing is aangepast van 10 jaar naar 8 jaar. Overeenkomstig de richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ 145) worden de hieruit voortvloeiende effecten voor de afschrijvingen verwerkt in de verwachte resterende gebruiksperiode van de betreffende panden. Als gevolg hiervan zijn de afschrijvingskosten in het boekjaar met €37.000 toegenomen ten opzichte van de kosten bij ongewijzigde uitgangspunten. Voor de komende jaren is het effect als volgt: in 2019 €37.000.

Lees meer

Activa en passiva

Voor zover niet anders vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen historische kosten. Toelichtingen op posten in de balans, resultatenrekening en kasstroomoverzicht zijn in de jaarrekening genummerd.

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar Vanboeijen zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Onder verplichtingen worden mede voorzieningen begrepen.

Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans opgenomen als een transactie niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting.

Indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle toekomstige economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot een actief of verplichting aan een derde zijn overgedragen, wordt het actief of de verplichting niet langer in de balans opgenomen.

Verder worden activa en verplichtingen niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en/of betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde.

Presentatie- en functionele valuta

De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro's, wat tevens de functionele valuta is van Vanboeijen. Alle financiële informatie in euro's is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal.

Gebruik van schattingen

De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen en van baten en lasten. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.

De waarderingsgrondslagen van de voorzieningen zijn naar de mening van het management het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereisen schattingen en veronderstellingen.

Financiële instrumenten

Financiële instrumenten omvatten aandelen, handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen en overige financieringsverplichtingen, handelsschulden en overige te betalen posten. In de jaarrekening zijn de volgende categoriën financiële instrumenten opgenomen: financiële vaste activa, overige vorderingen en overige financiële verplichtingen. Vanboeijen maakt geen gebruik van afgeleide financiële instrumenten en houdt geen handelsportefeuille aan.

Financiële activa en financiële verplichtingen worden in de balans opgenomen op het moment dat contractuele rechten of verplichtingen ten aanzien van dat instrument ontstaan. Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen.

Financiële instrumenten worden bij de eerste waardering verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. Indien financiële instrumenten niet zijn gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de resultatenrekening, maken eventuele direct toerekenbare transactiekosten deel uit van de eerste waardering. De reële waarde van een financieel instrument is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en van elkaar onafhankelijk zijn.

Na de eerste opname worden financiële instrumenten bij de vervolgwaardering gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de resultatenrekening. Eventueel worden direct toerekenbare transactiekosten verwerkt in de resultatenrekening, tenzij hierna anders beschreven.

Verstrekte leningen en overige vorderingen

Verstrekte leningen en overige vorderingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen. De effectieve rente en eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen worden direct in de resultatenrekening verwerkt. Aan- en verkopen van financiële activa die tot de categorie verstrekte leningen en overige vorderingen behoren, worden verantwoord op de transactiedatum.

Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen

Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. De effectieve rente wordt direct in de resultatenrekening verwerkt.

De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden.

Saldering van financiële instrumenten

Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd als de stichting beschikt over een deugdelijk juridisch instrument om het financiële actief en de financiële verplichting gesaldeerd af te wikkelen en de stichting het stellige voornemen heeft om het saldo als zodanig netto of simultaan af te wikkelen.

Als sprake is van een overdracht van een financieel actief dat niet voor verwijdering uit de balans in aanmerking komt, wordt het overgedragen actief en de daarmee samenhangende verplichting niet gesaldeerd.

Financiële vaste activa

Een financieel actief worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde, vermeerderd met direct toerekenbare transactiekosten. Vervolgens worden deze vorderingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.

De grondslagen voor de overige financiële vaste activa zijn verder opgenomen onder het hoofd Financiële instrumenten. Afwijkend hieraan wordt de deelneming VIA Assen BV gewaardeerd op basis van historische kostprijs.

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa worden in de balans verwerkt indien het waarschijnlijk is dat de toekomstige prestatie-eenheden met betrekking tot dat actief zullen toekomen aan de stichting en de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. De bedrijfsgebouwen en -terreinen, machines en installaties, andere vaste bedrijfsmiddelen en materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering worden gewaardeerd tegen hun kostprijs, verminderd met eventueel ontvangen subsidies, de cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.

De afschrijvingen worden berekend als een percentage over de aanschafprijs volgens de lineaire methode op basis van de gebruiksduur. Op bedrijfsterreinen en op materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering wordt niet afgeschreven. Afschrijving start op het moment dat een actief beschikbaar is voor het beoogde gebruik en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling, bij afstoting of volledige afschrijving.

Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd als zij de gebruiksduur van het object verlengen. Ter zake van verwachte kosten van periodiek groot onderhoud aan gebouwen, installaties e.d. wordt een voorziening gevormd. Zie hiervoor de grondslag onder het hoofd Voorzieningen.

Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa

Voor vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.

Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde. De realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en bedrijfswaarde.

Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct als een last aangemerkt in de resultatenrekening. Indien wordt vastgesteld dat een bijzondere waardevermindering die in het verleden verantwoord is, niet meer bestaat of is afgenomen, dan wordt de toegenomen boekwaarde van het desbetreffende actief niet hoger gesteld dan de boekwaarde die bepalend zou zijn indien geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn verantwoord.

Als in een latere periode de waarde van het actief, onderhevig aan een bijzondere waardevermindering, stijgt en het herstel objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na de opname van het bijzondere waardeverminderingsverlies, wordt het bedrag uit hoofde van het herstel (tot maximaal de oorspronkelijke kostprijs) opgenomen in de winst-en-verliesrekening.

Voorraden

Voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of lagere opbrengstwaarde. De kostprijs bestaat uit de verkrijgingsprijs, vermeerderd met overige kosten om de voorraden op hun huidige plaats en in hun huidige staat te brengen. De opbrengstwaarde is gebaseerd op de meest betrouwbare schatting van het bedrag dat de voorraden maximaal zullen opbrengen, onder aftrek van nog te maken kosten.

Vorderingen en schulden uit hoofde van financieringstekort respectievelijk -overschot WLZ

Een vordering uit hoofde van financieringstekorten of een schuld uit hoofde van financieringsoverschotten is het aan het einde van het boekjaar bestaande verschil tussen het wettelijk budget voor aanvaardbare kosten en de ontvangen voorschotten en de in rekening gebrachte vergoedingen voor diensten en verrichtingen ter dekking van het wettelijk budget (artikel 6 Regeling verslaggeving WTZi). De waardering is beschreven onder het hoofd Financiële instrumenten.

Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kas- en banktegoeden met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekeningcourantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Eigen vermogen

Binnen het eigen vermogen wordt onderscheid gemaakt tussen bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen. Bestemmingsreserves zijn reserves waaraan door de bevoegde organen van de stichting een beperktere bestedingsmogelijkheid is aangebracht dan op grond van de statuten zou bestaan. Bestemmingsfondsen zijn reserves waaraan door derden een beperktere bestedingsmogelijkheid is aangebracht dan op grond van de statuten zou bestaan.

Aanwending van bestemmingsreserves en -fondsen

Uitgaven die worden gedekt uit bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen worden in de resultatenrekening verantwoord en via de resultaatbestemming ten laste van de betreffende reserve of fonds gebracht. Wijzigingen in de beperking van de bestemming van reserves welke door de daartoe bevoegde organen of instanties worden aangebracht, worden als overige mutatie binnen het eigen vermogen verwerkt.

Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante dan wel nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen.

Voorziening groot onderhoud

Een voorziening is gevormd voor verwachte kosten van periodiek groot onderhoud aan panden, installaties e.d. op basis van meerjarenonderhoudsplan. De uitgaven van groot onderhoud worden verwerkt ten laste van de onderhoudsvoorziening voor zover deze is gevormd voor de beoogde kosten. Indien de kosten van groot onderhoud uitgaan boven de boekwaarde van de voor het desbetreffende actief aangehouden voorziening, worden de (meer)kosten verwerkt ten laste van de resultatenrekening. De voorziening is gebaseerd op nominale waarde. Er is geen prijsindexatie toegepast.

Voorziening ORT verplichting

De voorziening is gevormd voor de kosten van de ORT verplichting tijdens vakantiedagen in de periode van 2012 t/m 2015. De voorziening is gebaseerd op nominale waarde.

Voorziening persoonlijk budget levensfase (zonder toerekening aan jaren)

De voorziening persoonlijk budget levensfase (PBL) betreft een voorziening uit hoofde van een CAO verplichting in het kader van de overgangsregeling 45+. Het persoonlijk budget levensfase kwalificeert als een beloning met opbouw van rechten. De berekening is gebaseerd op de CAO-bepalingen, blijfkans en leeftijd. De voorziening is gebaseerd op nominale waarde.

Voorziening ziekteverzuim

De voorziening langdurig ziekteverzuim is gevormd ter dekking van het risico van twee jaren loondoorbetaling bij langdurige ziekte. De voorziening wordt berekend over medewerkers die langer dan drie maanden aaneengesloten ziek zijn, aangevuld met een schatting over de eerste 3 maanden. Voor de verwachte toekomstige salarisbetalingen wordt rekening gehouden met de hoogte van het salaris en de individuele herstelkans. De voorziening is gebaseerd op nominale waarde.

Voorziening jubileumverplichtingen

De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De jubileumvoorziening wordt gevormd door de contante waarde van toekomstige jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, blijfkans en leeftijd. De disconteringsvoet van 1,42% (2017: 1,42%) waartegen contant wordt gemaakt geeft de actuele marktrente weer.

Voorziening sloopkosten

De voorziening sloopkosten is gevormd vanwege een verplichting tot sloop van gebouwen als gevolg van een aangegane verkoopovereenkomst in 2016 van de grond. De voorziening is gebaseerd op nominale waarde.

Grondslagen van resultaatbepaling

Algemeen

Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de baten en de lasten over het verslagjaar, met inachtneming van de hiervoor vermelde waarderingsgrondslagen. De baten en lasten worden toegerekend aan de periode waarop deze betrekking hebben, uitgaande van historisch kosten. Verliezen worden verantwoord als deze voorzienbaar zijn; baten worden verantwoord als deze gerealiseerd zijn. Baten en lasten uit voorgaande jaren die in dit boekjaar zijn geconstateerd, worden aan dit boekjaar toegerekend.

Opbrengsten

De opbrengsten uit dienstverlening worden verantwoord naar rato van de verrichte prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum en in verhouding tot in totaal te verrichten diensten. Bij de berekening van het wettelijk budget voor aanvaardbare kosten is geen rekening gehouden met de na-indexering.

De met de baten samenhangende lasten worden toegerekend aan de periode waarin de baten zijn verantwoord.

Overheidssubsidies

Overheidssubsidies worden aanvankelijk in de balans opgenomen als vooruitontvangen baten zodra er redelijke zekerheid bestaat dat zij zullen worden ontvangen en dat de stichting zal voldoen aan de daaraan verbonden voorwaarden. Subsidies ter compensatie van door de stichting gemaakte lasten worden systematisch als baten in de resultatenrekening opgenomen in dezelfde periode als die waarin de lasten worden gemaakt.

Personeelskosten

Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de resultatenrekening voorzover ze verschuldigd zijn aan werknemers, respectievelijk de belastingautoriteit. De beloningen van het personeel worden als last in de winst-en-verliesrekening verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door de instelling. Voor de beloningen met opbouw van rechten worden de verwachte lasten gedurende het dienstverband in aanmerking genomen.

Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor de beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als de stichting zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie, worden de kosten van de ontslagvergoeding opgenomen in een reorganisatievergoeding. Zie hiervoor de grondslag onder het hoofd Voorzieningen.

Pensioenen

Vanboeijen heeft voor haar werknemers een toegezegde pensioenregeling op grond van de CAO GHZ. Hiervoor in aanmerking komende werknemers hebben op de pensioengerechtigde leeftijd recht op een pensioen dat is gebaseerd op het gemiddeld verdiende loon berekend over de jaren dat de werknemer pensioen heeft opgebouwd bij Vanboeijen. De verplichtingen, die voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW). De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door zijn financiële verplichtingen) dit toelaat. In december 2018 bedroeg de dekkingsgraad 101,3%. Het vereiste niveau van de dekkingsgraad is 124%. Het pensioenfonds verwacht volgens het herstelplan binnen 10 jaar (eind 2026) hieraan te kunnen voldoen en voorziet geen noodzaak voor de aangesloten instellingen om extra stortingen te verrichten of om bijzondere premieverhogingen door te voeren. Vanboeijen betaalt hiervoor premies waarvan de helft door de werkgever wordt betaald en de helft door de werknemer. Vanboeijen heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij het pensioenfonds, anders dan het voldoen van toekomstige premiebijdragen. Daarom zijn alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord.

Leasing

De stichting kan financiële en operationele leasecontracten afsluiten. Een leaseovereenkomst waarbij de voor- en nadelen verbonden aan het eigendom van het leaseobject geheel of nagenoeg geheel door de lessee worden gedragen, wordt aangemerkt als een financiële lease. Alle andere leaseovereenkomsten classificeren als operationele leases. Bij Vanboeijen is geen sprake van financiële lease.

Operationele lease

Als Vanboeijen optreedt als lessee in een operationele lease, wordt het leaseobject niet geactiveerd. Leasebetalingen inzake operationele leases worden lineair over de leaseperiode ten laste van de resultatenrekening gebracht.

Afschrijvingen

Boekwinsten en -verliezen uit incidentele verkoop van materiële vaste activa zijn begrepen onder de afschrijvingen.

Rentebaten en soortgelijke baten en rentelasten en soortgelijke lasten

Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende activa en passiva.

Lees meer

Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode.

Gebeurtenissen na balansdatum

Gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die blijken tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening worden verwerkt in de jaarrekening.

Gebeurtenissen die geen nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum worden niet in de jaarrekening verwerkt. Als dergelijke gebeurtenissen van belang zijn voor de oordeelsvorming van de gebruikers van de jaarrekening, worden de aard en de geschatte financiële gevolgen ervan toegelicht in de jaarrekening.

4.5 Toelichting op de balans

4.5.1 Activa

1. Materiële vaste activa

1. Materiële vaste activa
De specificatie is als volgt:             31‑dec‑18   31‑dec‑17
              € 1.000   € 1.000
                   
Bedrijfsgebouwen en terreinen             43.132   45.412
Installaties             6.274   6.875
Andere vaste bedrijfsmiddelen, technische en administratieve uitrusting             5.015   4.969
Materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering             4.059   525
Niet aan het bedrijfsproces dienstbare materiële activa             254   254
                   
Totaal materiële vaste activa             58.734   58.035
                   
Het verloop van de materiële activa in het verslagjaar is als volgt:                  
                   
Boekwaarde per 1 januari             58.035   61.125
Bij: investeringen             6.801   2.519
Af: afschrijvingen             ‑4.798   ‑4.832
Af: bijzondere waardeverminderingen             0   0
Af: desinvesteringen             ‑1.304   ‑777
                   
Boekwaarde per 31 december             58.734   58.035
                   
                   
Aanschafwaarde             90.896   86.595
Cumulatieve afschrijvingen             ‑32.162   ‑28.560
              58.734   58.035

Naar aanleiding van een vervroegde afloop van een huurcontract  is ook de bedrijfseconomische levensduur van de verbouwingsinvesteringen voor dit pand aangepast naar rato van de duur van het contract. Dit leidt in 2018 tot een extra afschrijvingslast van € 37.000.
Voor een nadere specificatie van het verloop van de materiële vaste activa per activagroep wordt verwezen naar het mutatieoverzicht onder vaste activa.

2. Financiële vaste activa

2. Financiële vaste activa
De specificatie is als volgt:             31‑dec‑18   31‑dec‑17
              € 1.000   € 1.000
                   
Compensatieregeling IVA             0   0
Overige deelnemingen             75   75
Overige langlopende vorderingen             0   1.000
                   
Totaal financiële vaste activa             75   1.075
                   
                   
Het verloop van de vordering compensatieregeling IVA is als volgt:                  
                   
Boekwaarde per 1 januari             0   1.208
Bij: investeringen             0   0
Af: afschrijvingen             0   ‑1.208
Af: desinvesteringen             0   0
                   
Boekwaarde per 31 december             0   0
                   
Het verloop van de overige deelnemingen is als volgt:                  
                   
Boekwaarde per 1 januari             75   75
Bij: investeringen             0   0
Af: afschrijvingen             0   0
Af: desinvesteringen             0   0
                   
Boekwaarde per 31 december             75   75
                   
Het verloop van de overige langlopende vorderingen is als volgt:                  
                   
Boekwaarde per 1 januari             1.000   2.000
Bij: investeringen             0   0
Af: waardevermindering             0   0
Af: herrubricering             ‑1.000   ‑1.000
                   
Boekwaarde per 31 december             0   1.000

In 2012 is een aanvraag voor versnelde vergoeding van de IVA, de zogenaamde compensatieregeling, ingediend bij het NZa. De boekwaarde IVA had per ultimo 2012 een omvang van € 7,8 mln. Door de NZa is een bedrag van € 7,2 mln gehonoreerd en dit wordt vanaf 2012 in zes jaarlijkse termijnen afgeschreven, eindigend in 2017.

In 2016 heeft Vanboeijen een 50% deelname verkregen in VIA Assen BV, gevestigd te Assen. Dit aandeel bedraagt € 75.000 en is overgenomen van de Stichting Vrienden van Vanboeijen, gefinancierd middels een achtergestelde lening met een looptijd van 10 jaren.

In 2014 is een deel van Park Diepstroeten in Assen verkocht aan projectontwikkelaar Van Wijnen voor een bedrag van € 8 mln. Dit is in 2014 verwerkt als desinvestering van de materiële vaste activa. Van de grond is 87% inmiddels overgedragen. Het restant, ter waarde van € 1 mln, zal medio 2019 worden overgedragen. Dit is als kortlopende vordering opgenomen.

3. Voorraden

3. Voorraden
De specificatie is als volgt:             31‑dec‑18   31‑dec‑17
              € 1.000   € 1.000
                   
Voorraden             42   35
                   
              42   35

Gedurende het boekjaar is ten laste van de resultatenrekening voor een bedrag van € 0 (2017: € 0) een voorziening wegens incourantheid gevormd.

4. Vorderingen en overlopende activa

4. Vorderingen en overlopende activa
De specificatie is als volgt:             31‑dec‑18   31‑dec‑17
              € 1.000   € 1.000
                   
Vorderingen op debiteuren             393   479
Nog te vorderen WMO gelden             163   132
Nog te ontvangen Jeugdwet gelden             9   38
Vordering levering grond Park Diepstroeten             1.000   1.000
Compensatieregeling transitievergoedingen             714   0
Overige vorderingen             185   203
Voorschot vervoerders             65   92
Vooruitbetaalde crediteuren             79   77
Nog te ontvangen bedragen             22   160
                   
Totaal vorderingen en overlopende activa             2.630   2.181

De boekwaarde van de opgenomen vorderingen benadert de reële waarde, gegeven het kortlopende karakter van de vorderingen en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd.

Op de vordering uit hoofde van debiteuren is een voorziening voor oninbaarheid ad € 23.000 in mindering gebracht (2017: € 18.000).

Van de vorderingen en overlopende activa heeft € 39.000 een looptijd van langer dan 1 jaar (2017: € 92.000).

In de Wet compensatie transitievergoeding is vastgesteld dat werkgevers gecompenseerd gaan worden voor de transitievergoedingen die betaald zijn aan medewerkers die ziek uit dienst zijn gegaan. De vergoeding zal plaatsvinden in 2020. In aanmerking komen vergoedingen die vanaf 1 juli 2015 betaald zijn. De vordering is opgebouwd uit twee delen: voor de reeds betaalde transitievergoedingen en voor de nog te betalen transitievergoedingen op basis van de voorziening langdurig zieken.

5. Vorderingen uit hoofde van financieringstekort en schulden uit hoofde van financieringsoverschot Wlz

5. Vorderingen uit hoofde van financieringstekort en schulden uit hoofde van financieringsoverschot Wlz
                   
      t/m 2016   2017   2018   totaal
      € 1.000   € 1.000   € 1.000   € 1.000
                   
Saldo per 1 januari     0   260   0   260
                   
Financieringsverschil boekjaar     0   0   749   749
Correcties voorgaande jaren     0   0   0   0
Betalingen/ontvangsten     0   ‑260   0   ‑260
Subtotaal mutatie boekjaar     0   ‑260   749   489
                   
Saldo per 31 december     0   0   749   749
                   
Stadium van vaststelling:                  
Erkenning 300-211     c   c   a    
         
a= interne berekening                  
b= overeenstemming met zorgverzekeraars                  
c= definitieve vaststelling Nza                  
              31‑dec‑18   31‑dec‑17
               
Waarvan gepresenteerd als:                  
- vorderingen uit hoofde van financieringstekort             749   260
- schulden uit hoofde van financieringsoverschot             0   0
              749   260
                   
                   
Specificatie financieringsverschil WLZ in het boekjaar             2018   2017
              € 1.000   € 1.000
                   
Wettelijk budget aanvaardbare kosten WLZ             81.206   79.817
Af: ontvangen voorschotten             80.457   79.557
                   

De nacalculaties van de jaren t/m 2017 zijn volledig afgerekend met het NZa.

6. Liquide middelen

6. Liquide middelen
De specificatie is als volgt:             31‑dec‑18   31‑dec‑17
              € 1.000   € 1.000
                   
Bankrekeningen             7.685   8.576
Kassen             28   42
                   
Totaal liquide middelen             7.713   8.618

4.5.2 Passiva

7. Eigen vermogen

7. Eigen vermogen
Het eigen vermogen bestaat uit de volgende componenten:             31‑dec‑18   31‑dec‑17
              € 1.000   € 1.000
                   
Bestemmingsfondsen             15.671   13.879
Totaal eigen vermogen             15.671   13.879
                   
                   
Het verloop van de bestemmingsfondsen is als volgt:     saldo per 1-jan-2018   resultaat-bestemming   overige mutaties   saldo per 31-dec-2018
      € 1.000   € 1.000   € 1.000   € 1.000
                   
Bestemmingsfonds reserve aanvaardbare kosten     13.879   1.792   0   15.671
      13.879   1.792   0   15.671

Het resultaat van het boekjaar is volledig toegevoegd aan de bestemmingsfonds reserve aanvaardbare kosten.

8. Voorzieningen

8. Voorzieningen
Het verloop is als volgt weer te geven: saldo per 1-jan-2018   dotatie   onttrekking   vrijval   saldo per 31-dec-2018
  € 1.000   € 1.000   € 1.000   € 1.000   € 1.000
                   
Persoonlijk budget levensfase 63   0   27   0   36
Jubileumverplichtingen 818   64   49   0   833
Groot onderhoud 728   274   15   298   689
Langdurig ziekteverzuim 846   681   300   157   1.070
ORT verplichting 168   0   3   165   0
Sloopkosten 715   0   138   0   577
Totaal voorzieningen 3.338   1.019   532   620   3.205

Toelichting in welke mate (het totaal van) de voorzieningen als langlopend moeten worden beschouwd:                 saldo per 31-dec-2018
                   
Kortlopend deel van de voorzieningen (< 1 jr)                 722
Langlopend deel van de voorzieningen (> 1 jr)                 2.006
hiervan > 5 jaar                 477

De voorziening persoonlijk budget levensfase heeft betrekking op de financiering van een specifiek overgangsrecht op grond van de verplichtingen uit de CAO van in de toekomst eenmalig uit te keren PBL-uren (maximaal 200 uur per medewerker naar rato van het dienstverband op moment van uitkering). De berekening is gebaseerd op de CAO bepalingen, ingeschatte blijfkans van 80% en actuele salaris- en dienstverbandgegevens. De reservering van regulier jaarlijks toegekende en niet opgenomen PBL-uren en vakantiedagen is opgenomen onder ‘kortlopende schulden en overlopende passiva’ (persoonlijk budget levensfase).

De jubileumvoorziening heeft betrekking op toekomstige uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband en is grotendeels langlopend. Circa € 72.000 (2017: € 73.000) heeft een looptijd korter dan een jaar. De berekening is gebaseerd op CAO-verplichtingen, blijfkans en leeftijden. Bij de bepaling van de voorziening zijn de volgende belangrijkste actuariële grondslagen gehanteerd:  
• Disconteringsvoeten: 1,42% gebaseerd op historisch verloop
• Gemiddelde salarisstijging 1,40%.

De voorziening groot onderhoud is gebaseerd op een meerjaren onderhoudsplan dat in 2018 is geactualiseerd en bevat alleen planmatig (cyclisch) groot onderhoud. Ongeveer € 227.000 (2017: € 165.000) heeft een looptijd korter dan 1 jaar.

De voorziening langdurig ziekteverzuim is gevormd ter dekking van het risico van twee jaren loondoorbetaling bij langdurige ziekte. Dit betreft het loon in het eerste ziektejaar, 70% doorbetaling in het tweede ziektejaar en een mogelijke transitievergoeding. Van de betreffende transitievergoedingen is circa € 200.000 opgenomen in de vordering Compensatieregeling transitievergoedingen.

De voorziening ORT verplichting heeft betrekking op nabetaling van niet uitgekeerde onregelmatigheidstoeslag (ORT) tijdens vakantie over de jaren 2012 t/m 2015. Er worden geen claims meer verwacht en de voorziening is eind 2018 vrijgevallen.

De voorziening sloopkosten is gevormd voor de ingeschatte sloopkosten van een aantal panden. Deze panden bevinden zich op grond welke in de toekomst wordt overgedragen. Deze grond dient vrij van bebouwing opgeleverd te worden conform de koopovereenkomst uit 2016. De opdracht tot sloop is in 2018 verleend. De sloop is in 2018 gestart en zal in 2019 worden afgerond.

9. Langlopende schulden

9. Langlopende schulden
De specificatie is als volgt:             31‑dec‑18   31‑dec‑17
              € 1.000   € 1.000
                   
Schulden aan kredietinstellingen             36.825   33.225
Achtergestelde leningen             75   75
                   
Totaal langlopende schulden             36.900   33.300
                   
                   
Het verloop is als volgt weer te geven:                  
                   
Stand per 1 januari             37.342   41.384
Bij: nieuwe leningen             3.600   0
Af: aflossing leningen             4.042   4.042
                   
Stand per 31 december             36.900   37.342
                   
Af: aflossingsverplichting komend boekjaar             4.442   4.042
                   
Stand langlopende schulden per 31 december             32.458   33.300
                   
                   
Toelichting in welke mate (het totaal van) de langlopende schulden als langlopend moeten worden beschouwd:                  
                   
Kortlopend deel van de langlopende schulden (< 1 jr)             4.442   4.042
Langlopend deel van de langlopende schulden (> 1 jr)             32.458   29.258
Hiervan langlopend (> 5 jaar)             19.795   18.807

10. Kortlopende schulden en overlopende passiva

10. Kortlopende schulden en overlopende passiva
De specificatie is als volgt:             31‑dec‑18   31‑dec‑17
              € 1.000    € 1.000 
                   
Crediteuren             2.061   1.905
Aflossingsverplichtingen langlopende leningen             4.442   4.042
Investeringskrediet nieuwbouw             0   2.000
Belastingen en sociale premies             2.521   2.758
Schulden terzake pensioenen             890   154
Nog te betalen salarissen             440   388
Vakantiegeld             1.933   1.841
Vakantiedagen             1.309   1.328
Persoonlijk Budget Levensfase             4.048   3.669
Rekening courant Vrienden van Vanboeijen             30   112
Rekening courant ouderinitiatieven             57   113
Rekening courant De Zijlen             45   78
Vooruitontvangen bedragen             46   91
Verplichtingen i.v.m. reorganisatie 2016             56   118
Verplichtingen i.v.m. ORT-nabetaling             0   248
Nog te betalen kosten             731   842
                   
Totaal kortlopende schulden en overlopende passiva             18.609   19.687

De aflossingsverplichtingen voor het komende jaar zijn verantwoord onder de kortlopende schulden.

Als gestelde zekerheid voor verstrekte financiering door het Waarborgfonds en de Rabobank is aan hen een hypotheekrecht van € 62 mln verstrekt op de registergoederen van Vanboeijen. Met de Rabobank zijn daarnaast de volgende financiële convenants afgesproken:
1. Solvabiliteit 2018 20,0%, 2019 22,5% en 2020 en volgende boekjaren 25,0%.
2. Debt Service Coverage Ratio minimaal 1,2.

De achtergestelde langlopende lening betreft overname van een deelneming van de Vrienden van Vanboeijen. De achterstelling geldt ten opzichte van alle andere schuldeisers van de stichting en gedurende de volledige looptijd. De jaarlijks verschuldigde rente over de lening bedraagt 0%.

Onder de overlopende passiva zijn posten begrepen met een vermoedelijke resterende looptijd langer dan 1 jaar, namelijk vakantiedagen en persoonlijk levensfase budget.

Het investeringskrediet met een maximum kredietruimte van € 3,6 mln is eind 2018 omgezet in een langlopende lening van € 3,6 mln.

De boekwaarde van de kortlopende schulden benadert de reële waarde daarvan, gegeven de korte looptijd van de opgenomen posten.

Over de rekeningcourantverhoudingen wordt geen rente berekend.

4.5.3 Niet in balans opgenomen activa en verplichtingen

Er zijn langlopende onvoorwaardelijke verplichtingen aangegaan ter zake van operationele leasing (inclusief huur). De operationele leasekosten worden lineair over de leaseperiode in de resultatenrekening verwerkt. De resterende looptijd kan als volgt worden gespecificeerd:

                  € 1.000 
                   
Kortlopend deel ( < 1 jaar)                 3.070
Langlopend deel ( > 1 jaar < 5 jaar)                 5.812
Langlopend deel ( > 5 jaar)                 4.167
                  13.049

Het bedrag van huur en leasebetalingen dat is verwerkt als last in 2018, bedraagt € 3,2 mln (2017: € 3,2 mln).

Met betrekking tot materiële vaste activa in uitvoering per ultimo 2018 is er sprake van een aangegane verplichting ter hoogte van € 0,2 mln (2017: € 4,3 mln).

Inzake een vroegtijdige beëindiging van een huurovereenkomst is naast de afkoopsom een schadevergoeding afgesproken van € 1.000 per maand tot uiterlijk 1 januari 2020 zolang de appartementen nog gebruikt worden door Vanboeijen.

De liquide middelen staan voor een bedrag van € 22.000 (2017: € 22.000) niet ter vrije beschikking. Dit betreft gelden uit hoofde van door de bank afgegeven garanties.

Vanboeijen heeft in 2018 een overproductie gerealiseerd van ca. € 70.000. Over deze overproductie zijn gesprekken gevoerd met het zorgkantoor. Een honorering van deze overproductie is afhankelijk van de uitnutting van de contracteerruimte. Naar verwachting is dit inzicht na de totstandkoming van deze jaarrekening gereed. Derhalve zijn de omzet en vordering die dit betreft niet opgenomen in de jaarrekening.

Als gevolg van materiële controles door zorgkantoren, zorgverzekeraars en gemeenten op de gedeclareerde zorgprestaties en maatschappelijke ondersteuning kunnen correcties noodzakelijk zijn op de gedeclareerde productie. De effecten van materiële controles zijn vooralsnog onzeker. Vanboeijen heeft op basis van een risicoanalyse een zo nauwkeurig mogelijke inschatting gemaakt van de hieruit voortvloeiende risico's en verplichtingen. Daarbij is rekening gehouden met uitkomsten van interne en externe controles.

Waarborgfonds voor de zorgsector

De zorginstelling heeft in het kader van het WfZ-deelnemerschap een obligoverplichting richting het WfZ. Dit houdt in dat indien het eigen vermogen van het WfZ onvoldoende zou blijken om aan de garantieverplichtingen te voldoen en WfZ wordt aangesproken op zijn garantieverplichtingen, WfZ een beroep kan doen op financiële hulp van de deelnemers. Deze hulp wordt in dat geval geboden in de vorm van renteloze leningen aan het WfZ. De omvang van het obligo bedraagt maximaal 3% van de restantschuld van de geborgde leningen van de deelnemer. De omvang van dit obligo bedraagt ultimo 2018 € 1 mln.

Toelichting risico's van financiële instrumenten

Algemeen

Vanboeijen maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de stichting blootstelt aan kredietrisico, renterisico, kasstroomrisico en liquiditeitsrisico. Om deze risico's te beheersen hanteert de Raad van Bestuur richtlijnen in de vorm van een treasury statuut. Daarnaast is een meerjaren liquiditeits- en investeringsbegroting aanwezig welke is vastgesteld door de Raad van Bestuur en goedgekeurd door de Raad van Toezicht.

Kredietrisico

Vanboeijen loopt kredietrisico over de vorderingen van die uitstaan op balansdatum. Beheersing van het kredietrisico vindt plaats door een actief debiteurenbeleid. Voor het afdekken van het kredietrisico is een voorziening opgenomen, die in aftrek is gebracht op de debiteuren.

Rente- en kasstroomrisico

Het beleid van de stichting is om haar financieringen volledig aan te trekken met vastrentende leningen, derhalve loopt de stichting geen renterisico over deze financiering. De stichting loopt renterisico over de rentedragende vorderingen en schulden en herfinanciering van bestaande financieringen. De stichting loopt met betrekking tot vast rentende leningen een reële waarde risico.

Liquiditeitsrisico

De stichting bewaakt de liquiditeitspositie door middel van opvolgende liquiditeitbegrotingen. Het management ziet er op toe dat steeds voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de verplichtingen van de stichting te kunnen voldoen en dat tevens voldoende financiële ruimte onder de beschikbare faciliteiten beschikbaar blijft zodat de stichting steeds binnen de gestelde lening convenanten kan blijven voldoen.

Mitigerende maatregelen

Er is een treasury statuut waarin de beheersmaatregelen zijn verwoord, namelijk:

  • Het tijdelijk uitlenen van overtollige liquide middelen aan derden vereist een besluit van de Raad van Bestuur;
  • Voor het uitzetten van overtollige liquiditeiten wordt slechts zaken gedaan met banken of instituties die beschikken over een A-plusrating in producten die beschikken over een hoofdsomgarantie;
  • Overtollige liquiditeiten worden gespreid over meerdere partijen;
  • De debiteurenpositie wordt nauwgezet gevolgd en bij overschrijding van de betalingstermijn worden passende incassomaatregelen genomen.

Toelichting op de reële waarde

De reële waarde van de meeste in de balans verantwoorde financiële instrumenten, waaronder vorderingen, effecten, liquide middelen en kortlopende schulden, benadert de boekwaarde ervan.

4.5.4 Mutatieoverzicht vaste activa

Mutatieoverzicht materiële vaste activa

Mutatieoverzicht materiële vaste activa
    1)   2)   3)   4)   5)   Totaal
bedragen x € 1.000                        
                         
Aanschafwaarde   65.236   11.276   9.304   525   254   86.595
Cumulatieve afschrijvingen   ‑19.824   ‑4.401   ‑4.335   0   0   ‑28.560
                         
Boekwaarde per 1 januari 2018   45.412   6.875   4.969   525   254   58.035
                         
                         
Investeringen in lopende jaar                        
Investeringen   677   169   1.165   4.790   0   6.801
Afschrijvingen   ‑2.957   ‑770   ‑1.071   0   0   ‑4.798
Bijzondere waardervermindering   0   0   0   0   0   0
                         
Terugname geheel afgeschreven activa                        
Aanschafwaarde   ‑290   0   ‑905   0   0   ‑1.195
Cumulatieve afschrijvingen   290   0   905   0   0   1.195
                         
Desinvesteringen                        
Aanschafwaarde   0   0   ‑49   ‑1.256   0   ‑1.305
Cumulatieve afschrijvingen   0   0   1   0   0   1
                         
Mutaties in boekwaarde 2018   ‑2.280   ‑601   46   3.534   0   699
                         
                         
Aanschafwaarde   65.623   11.445   9.515   4.059   254   90.896
Cumulatieve afschrijvingen   ‑22.491   ‑5.171   ‑4.500   0   0   ‑32.162
                         
Boekwaarde per 31 december 2018   43.132   6.274   5.015   4.059   254   58.734
                         
Afschrijvingspercentage   0% -10%   6,7%   10% - 33,3%   0%   0%    

1) Bedrijfsgebouwen en terreinen
2) Installaties
3) Andere vaste bedrijfsmiddelen, technische en administratieve uitrusting
4) Materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering
5) Niet aan het bedrijfsproces dienstbare materiële activa

Mutatieoverzicht financiële vaste activa

Mutatieoverzicht financiële vaste activa
    Vordering compensatie-regeling IVA   Overige deelnemingen   Overige langlopende vorderingen   Totaal
bedragen x € 1.000                
                 
Aanschafwaarde   16.654   75   1.000   17.729
Cumulatieve afschrijvingen   ‑16.654   0   0   ‑16.654
                 
Boekwaarde per 1 januari 2018   0   75   1.000   1.075
                 
Investeringen   0   0   0   0
Afschrijvingen   0   0   0   0
Herrubricering   0   0   ‑1.000   ‑1.000
                 
Mutaties in boekwaarde 2018   0   0   ‑1.000   ‑1.000
                 
                 
Aanschafwaarde   16.654   75   0   16.729
Cumulatieve afschrijvingen   ‑16.654   0   0   ‑16.654
                 
Boekwaarde per 31 december 2018   0   75   0   75
                 
Afschrijvingspercentage   16,67%   0%   0%    

4.5.5 Overzicht langlopende schulden

Overzicht langlopende schulden ultimo 2018

Overzicht langlopende schulden ultimo 2018
Leninggever Afsluit-datum Hoofdsom Looptijd Soort lening Zekerheden Rente Restschuld 31-12-2017
bedragen x € 1.000   jaren     %
               
BNG bank 16/01/2006  728   19  Banklening Borging WfZ 6,45% 268
BNG bank 19/08/2010  6.747   23  Banklening Borging WfZ 3,36% 4.400
BNG bank 01/08/2011  680   17  Banklening Borging WfZ 2,50% 440
BNG bank 12/12/2011  3.006   27  Banklening Borging WfZ 4,50% 2.269
BNG bank 01/06/2012  19.500   10  Banklening Borging WfZ 2,40% 8.775
BNG bank 30/11/2015  5.000   25  Banklening Borging WfZ 1,74% 4.600
Nationale Nederlanden 12/12/2011  6.293   25  Banklening Borging WfZ 3,91% 4.783
Nationale Nederlanden 08/07/2013  3.700   20  Banklening Borging WfZ 2,87% 2.960
Nationale Nederlanden 26/01/2015  5.000   25  Banklening Borging WfZ 1,37% 4.600
NWB bank 16/09/2010  3.233   19  Banklening Borging WfZ 2,80% 1.872
Rabobank 18/08/2014  5.800   7  Banklening geen 3,00% 2.300
Rabobank 31/12/2018  2.320   10  Banklening geen 2,70% 0
Rabobank 31/12/2018  1.280   10  Banklening geen 2,70% 0
Stichting Vrienden van Vanboeijen 15/06/2016  75   10  Onderhands geen 0,00% 75 
Totaal   63.362         37.342
               
Leninggever Nieuw in 2018 Aflossing 2018 Restschuld 31-12-2018 Restschuld over 5 jaar Resterende looptijd Wijze aflossing Aflossing 2019
  jaren  
               
BNG bank 0 39 229 34 6 lineair 38
BNG bank 0 294 4.106 2.636 14 lineair 293
BNG bank 0 40 400 200 10 lineair 40
BNG bank 0 113 2.156 1.591 19 lineair 114
BNG bank 0 1.950 6.825 0 4 lineair 1.950
BNG bank 0 200 4.400 3.400 22 lineair 200
Nationale Nederlanden 0 252 4.531 3.271 18 lineair 252
Nationale Nederlanden 0 185 2.775 1.850 15 lineair 185
Nationale Nederlanden 0 200 4.400 3.400 22 lineair 200
NWB bank 0 169 1.703 858 10 lineair 170
Rabobank 0 600 1.700 0 3 lineair 600
Rabobank 2.320 0 2.320 1.600 9 variabel 0
Rabobank 1.280 0 1.280 880 9 variabel 400
Stichting Vrienden van Vanboeijen 0 0 75 75 9 geen 0
Totaal 3.600 4.042 36.900 19.795     4.442

4.6 Toelichting op de resultatenrekening

4.6.1 Baten

11. Opbrengsten zorgprestaties en maatschappelijke ondersteuning

11. Opbrengsten zorgprestaties en maatschappelijke ondersteuning
De specificatie is als volgt:   2018   2017
    € 1.000   € 1.000
         
Wettelijk budget voor aanvaardbare kosten WLZ-zorg   81.233   79.817
Opbrengsten WMO   1.334   823
Opbrengsten jeugdwet   246   90
Persoonsgebonden budgetten   2.002   1.875
Zorgprestaties tussen instellingen   511   779
Eigen bijdragen cliënten   232   271
Overige zorgprestaties   950   911
         
Totaal   86.508   84.566
         
         
De specificatie van de WMO-opbrengsten is als volgt:   2018   2017
     
         
Gemeente Assen   1.283.267   776.002
Gemeente Tynaarlo   13.902   22.680
Gemeente Hoogeveen   32.008   7.775
Gemeente Meppel   3.986   3.454
Gemeente Midden Drenthe   1.170   1.610
Gemeente Aa en Hunze   0   10.860
         
Totaal   1.334.333   822.381
         
         
De specificatie van de jeugdwet-opbrengsten is als volgt:   2018   2017
     
         
Gemeente Assen   234.156   42.936
Gemeente Tynaarlo   8.019   13.501
Gemeente Midden Drenthe   0   13.709
Gemeente Aa en Hunze   3.915   20.056
         
Totaal   246.090   90.202

12. Subsidies (exclusief WMO en Jeugdwet)

12. Subsidies (exclusief WMO en Jeugdwet)
De specificatie is als volgt:   2018   2017
    € 1.000   € 1.000
         
Rijkssubsidies van het Ministerie van VWS (waaronder opleidingsfonds)   229   199
         
         

13. Overige bedrijfsopbrengsten

13. Overige bedrijfsopbrengsten
De specificatie is als volgt:   2018   2017
    € 1.000   € 1.000
         
Opbrengst werk & dagbesteding   368   469
Overige opbrengsten   382   494
         
Totaal   750   963

De overige opbrengsten betreffen met name verhuur van ruimten (€ 292.000).

4.6.2 Lasten

14. Personeelskosten

14. Personeelskosten
De specificatie is als volgt:   2018   2017
    € 1.000   € 1.000
         
Lonen en salarissen   45.079   44.884
Sociale lasten   7.258   6.927
Pensioenpremies   3.627   3.506
Andere personeelskosten   1.777   1.858
Dotatie en onttrekking personeelsvoorzieningen   ‑179   ‑2.142
     
Subtotaal   57.562   55.033
Personeel niet in loondienst   3.991   3.982
         
Totaal personeelskosten   61.553   59.015
         
Gemiddeld aantal personeelsleden in FTE's in boekjaar (excl. stagiaires)   1.144   1.116

Op de personeelskosten is in boekjaar 2018 de vordering compensatieregeling transitievergoeding in mindering gebracht, met een omvang van € 0,7 mln.

15. Afschrijvingen vaste activa

15. Afschrijvingen vaste activa
De specificatie is als volgt:   2018   2017
    € 1.000   € 1.000
         
Afschrijvingslasten materiële vaste activa   4.798   4.891
Afschrijvingslasten financiële vaste activa   0   1.208
         
Totaal afschrijvingen   4.798   6.099

16. Overige bedrijfskosten

16. Overige bedrijfskosten
De specificatie is als volgt:   2018   2017
    € 1.000   € 1.000
         
Voedingsmiddelen en hotelmatige kosten   4.992   4.713
Algemene kosten   4.816   4.988
Patiënt- en bewonersgebonden kosten   2.426   2.781
         
Onderhoud en energiekosten:        
- Onderhoud   2.181   2.341
- Energiekosten gas   898   822
- Energiekosten stroom   623   574
- Energie overig   80   88
Subtotaal   3.782   3.825
         
Huur en leasing   2.392   2.514
Dotatie en vrijval voorzieningen (excl. personeelsvoorzieningen)   ‑24   150
         
Totaal overige bedrijfskosten   18.384   18.971

17. Financiële baten en lasten

17. Financiële baten en lasten
De specificatie is als volgt:   2018   2017
    € 1.000   € 1.000
         
Rentelasten langlopende leningen   934   1.108
Overige rentelasten   33   19
Rentebaten rekening courant   ‑7   ‑25
         
Totaal financiële baten en lasten   960   1.102

4.6.3 Overig

Honoraria accountant

De honoraria van de accountant zijn als volgt:   2018   2017
    € 1.000   € 1.000
         
Controle van de jaarrekening (incl. nacalculatie)   85   73
Overige controlewerkzaamheden (w.o. regeling AO/IC)   11   14
Fiscale advisering   0   0
Niet-controlediensten   18   0
         
Totaal honoraria accountant   114   87

De honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening zijn gebaseerd op het boekjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft en inclusief BTW, ongeacht of de werkzaamheden door de accountant reeds gedurende dat boekjaar zijn verricht.

Transacties met verbonden partijen

Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen de stichting en een natuurlijk persoon of entiteit die verbonden is met de stichting. Dit betreffen onder meer de relaties tussen de stichting en haar deelnemingen, de bestuurders en de functionarissen op sleutelposities. Onder transacties wordt verstaan een overdracht van middelen, diensten of verplichtingen, ongeacht of er een bedrag in rekening is gebracht.

Er hebben zich geen transacties met verbonden partijen voorgedaan op niet-zakelijke grondslag.

Gebeurtenissen na balansdatum

Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum bekend welke ingrijpende financiële gevolgen hebben voor de stichting.

Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

De bezoldiging van de leden van de Raad van Bestuur (en overige topfunctionarissen) over het jaar 2018 is als volgt:

  J.M. Imhof        
Functiegegevens Bestuurder        
Aanvang en einde functievervulling in 2018 1/1 - 31/12        
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0        
Dienstbetrekking? ja        
Bezoldiging          
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 160.640        
Beloningen betaalbaar op termijn 11.360        
Subtotaal 172.000        
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 172.000        
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag 0        
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t.        
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t.        
Totale bezoldiging 2018 172.000        
           
Gegevens 2017          
Aanvang en einde functievervulling in 2017 1/1 - 31/12        
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0        
Dienstbetrekking? ja        
           
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 154.926        
Beloningen betaalbaar op termijn 11.074        
Subtotaal 166.000        
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 166.000        
Totale bezoldiging 2017 166.000        

De bezoldiging van de leden van de Raad van Toezicht over het jaar 2018 is als volgt:

Naam J.S. Reinders E.H.J. Uitenhuis H.F. Schoep J. Schaart W.S. Beernink L. Kater E.J. Finnema
Functiegegevens voorzitter RvT lid RvT lid RvT lid RvT lid RvT lid RvT lid RvT
Aanvang en einde functievervulling in 2018 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 - 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
Bezoldiging              
Totale bezoldiging 2018 (excl. btw) 20.640 13.760 13.760 13.720 0 13.760 13.760
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 25.800 17.200 17.200 17.200 0 17.200 17.200
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag 0 0 0 0 0 0 0
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
               
Gegevens 2017              
Aanvang en einde functievervulling in 2017 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 - -
Totale bezoldiging 2017 (excl. btw) 19.920 13.280 13.280 13.280 13.280 0 0
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 24.900 16.600 16.600 16.600 16.600 0 0

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2018 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

Vaststelling en goedkeuring jaarrekening

De Raad van Bestuur van Stichting Vanboeijen, statutair gevestigd te Assen, heeft de jaarrekening 2018 vastgesteld in de vergadering van 17 april 2019.

De Raad van Toezicht van de Stichting Vanboeijen heeft de jaarrekening goedgekeurd in de vergadering van 17 april 2019.

         
         
         
         
         
         
       
Drs. J.M. Imhof        
Bestuurder        
         
         
         
         
         
         
     
Prof. em. dr. J.S. Reinders     Drs. H.F. Schoep MMC CMC  
Voorzitter Raad van Toezicht     Lid Raad van Toezicht  
         
         
         
         
         
         
     
E.H.J. Uitentuis MHA     Drs. J. Schaart MHA  
Lid Raad van Toezicht     Lid Raad van Toezicht  
         
         
         
         
         
         
       
Dr. E.J. Finnema     Dr. L. Kater MBA  
Lid Raad van Toezicht     Lid Raad van Toezicht